Leren › Leerkrachten › Gratis puzzelpakket
Voor leerkrachten
Gratis rekenpuzzels voor je klas
Een gratis puzzelpakket om te printen: 24 honingraatpuzzels van Beequation met een antwoordenblad, gemaakt voor de rekenles op de basisschool. Je mag het vrij kopiëren voor in de klas en voor thuis: als rekenstart, voor in de weektaak, voor leerlingen die snel klaar zijn, voor de invalmap of voor ouders die vragen hoe hun kind thuis kan oefenen.
Wat zit er in het pakket?
Blad 1: plussommen tot 20. Twaalf honingraten van elk vijf vakjes. In elke honingraat is één getal de uitkomst van twee andere getallen bij elkaar opgeteld. De leerlingen zetten een kring om dat getal en schrijven de som op de regel eronder, bijvoorbeeld 6 + 1 = 7.
Blad 2: de tafels. Nog eens twaalf honingraten, nu met keersommen uit de tafels van 2 tot en met 6. Hier is één getal het product van twee andere getallen, bijvoorbeeld 4 × 6 = 24.
Het antwoordenblad geeft bij elke puzzel de juiste som, met drie korte ideeën voor in de klas.
Bovenaan beide puzzelbladen staan regels voor naam, datum en tijd. De tijdregel is handig als je een blad op tijd laat maken. Zo werken de honingraten:
Goed om te weten: het pakket is voorlopig alleen in het Engels. Op de puzzelbladen gaat het maar om een paar woorden: de opdracht bovenaan, de titels (‘Sums to 20’ en ‘Times tables’) en Name, Date en Time boven de regels. De drie lesideeën op het antwoordenblad (‘Answer key’) vind je hieronder in het Nederlands, met nog een paar extra. De puzzels zelf bestaan alleen uit getallen, en het keerteken × is hetzelfde teken dat je leerlingen kennen. Lees bij het uitdelen de opdracht in het Nederlands voor: ‘In elke honingraat is één getal de uitkomst van een plussom met twee andere getallen. Zet er een kring om en schrijf de som eronder.’ Bij blad 2 zeg je ‘keersom’ in plaats van ‘plussom’.
Waar past het in de leerlijn?
Beide bladen oefenen de basissommen die leerlingen uiteindelijk vlot uit het hoofd moeten kennen. Kerndoel 27 uit 2006, waar de meeste rekenmethodes nog op gebaseerd zijn, vraagt dat ‘optellen en aftrekken tot 20 en de tafels van buiten gekend zijn’. In welke groep wat aan bod komt, verschilt per school en per rekenmethode. Hieronder staat wat de tussendoelen rekenen-wiskunde van SLO aangeven en wat in de meeste groepen gebruikelijk is.
Blad 1 oefent plussommen tot 20. Vijf van de twaalf puzzels draaien om de splitsingen tot en met 10, zoals 8 + 2 en 7 + 3 (op veel scholen ‘verliefde harten’). Twee zijn splitsingen van 20 (17 + 3 en 6 + 14), vier gaan niet over het tiental heen (zoals 12 + 1 en 6 + 10) en één gaat over het tiental: 5 + 6, een bijna-dubbelsom (5 + 5 + 1). Volgens SLO kennen leerlingen aan het eind van groep 3 de splitsingen tot en met 10 uit het hoofd en rekenen ze tot 20 met handige strategieën; aan het eind van groep 4 kennen ze de optellingen en aftrekkingen tot en met 20 uit het hoofd. Het blad past dus in de tweede helft van groep 3, als onderhoud in groep 4, en in groep 5 voor leerlingen die bij de basissommen nog tellen. Blind tweetallen optellen hoeft niet: leerlingen kunnen ook aanvullen. ‘Is het de 12? Ik heb een 7, dan heb ik er nog 5 nodig. Staat er een 5?’ Dat is de aanvulsom 7 + … = 12, en ongemerkt ook de minsom 12 − 7.
Blad 2 oefent de tafels van 2 tot en met 6. Volgens SLO kennen leerlingen aan het eind van groep 4 de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10 uit het hoofd, en aan het eind van groep 5 alle tafels tot en met 10. Zeven van de twaalf puzzels gebruiken de tafel van 6, dus het hele blad past in groep 5, zodra die tafel aan bod is geweest. In groep 4 kunnen leerlingen puzzel 2, 4, 6, 8 en 9 al maken; daarin komt de tafel van 6 niet voor. In groep 6 tot en met 8 is het blad goed bruikbaar als onderhoud, want bij cijferen, de hapmethode, breuken en de verhoudingstabel heb je vlotte tafels hard nodig. Wie de deeltafels oefent, kan terugrekenen: ‘Is het de 24? 24 : 4 = 6, en er staat een 6.’ Een landelijke tafeltoets is er niet. Wat telt, is dat de tafels vlot oproepbaar zijn als leerlingen verder rekenen. Voor de lastigere tafels van 7, 8 en 9 vind je ideeën in tafels oefenen.
Omdat leerlingen tweetallen moeten uitproberen en wegstrepen, oefenen de puzzels meer dan alleen het ophalen van een uitkomst. Leerlingen moeten systematisch werken en kunnen uitleggen waarom een getal niet kan. Dat hoort bij wat de nieuwe kerndoelen van 2026 ‘wiskundige denk-werkwijzen’ noemen (kerndoel 15). Hun antwoord controleren ze zelf: de som moet kloppen, en alle drie de getallen moeten in de honingraat staan. Oefeningen voor thuis, om met ouders te delen, staan op onze pagina’s over splitsen en sommen tot 20 en hoofdrekenen.
De vraag die het meest oplevert is niet ‘Welk getal is het?’, maar ‘Hoe weet je dat?’ Laat leerlingen een tweetal noemen dat ze hebben geprobeerd en weer weggestreept. In de eerste honingraat van blad 1 (7, 2, 6, 17 en 1) storten veel kinderen zich meteen op de 17, omdat dat het grootste getal is. Met de andere getallen kom je hooguit op 7 + 6 = 13, dus de 17 kan het niet zijn. Het antwoord is de 7, want 6 + 1 = 7. Op blad 2 zit een vergelijkbare valkuil in puzzel 8 (3, 36, 6, 2 en 4): 36 is 6 × 6, maar er staat maar één 6. Het antwoord is de 6, want 3 × 2 = 6. In puzzel 12 staan wel twee zessen, en daar klopt 6 × 6 = 36 juist wel.
Ideeën voor in de klas
Rekenstart van twee minuten. Laat aan het begin van de les één honingraat zien op het digibord. Wie het getal heeft gevonden, roept niet, maar schrijft de som op een wisbordje. Op jouw teken: ‘Laat maar zien!’ Vraag daarna een paar leerlingen hoe ze het hebben aangepakt en welke tweetallen ze hebben weggestreept. Vanaf groep 5 kun je er ook een flitsoefening van maken: laat de honingraat tien seconden zien en zet het digibord dan op zwart. Wie heeft de som nog gevonden? Meer van zulke opwarmers vind je bij rekenstarts en warming-ups.
Weektaak en zelfstandig werken. Een blad past goed in de weektaak, bijvoorbeeld drie honingraten per dag. Leg het antwoordenblad in de nakijkhoek: leerlingen kijken zelf na, en jij hebt tijd voor wie aan de instructietafel zit. Omdat het pakket nauwelijks uitleg vraagt, is een stapeltje kopieën in de invalmap ook handig.
Op tijd, tegen jezelf. Op maandag maakt iedereen een blad en noteert de eigen tijd bovenaan. Een week later krijgen ze hetzelfde blad nog eens, en probeert elke leerling de eigen tijd te verbeteren, niet die van een klasgenoot. Klapt een leerling dicht door de tijdsdruk? Laat hem of haar dan tellen hoeveel honingraten er in vijf minuten lukken, en de volgende keer proberen er één meer te halen.
In tweetallen. De een zoekt het getal, de ander controleert door de som op te schrijven; bij de volgende honingraat wisselen ze. Uitleggen waarom een tweetal niet past, is net zo waardevol als het goede antwoord.
Aan de instructietafel. Neem met een klein groepje één honingraat tegelijk, met het rekenrek erbij om na te rekenen. De leerling noemt een tweetal en jij vraagt: ‘Hoeveel is dat samen? Staat dat getal in de honingraat?’
Combinatiegroep. In een groep 4/5 krijgt groep 4 blad 1 en groep 5 blad 2. De opdracht is bijna hetzelfde, dus in de nabespreking kunnen alle leerlingen over hun aanpak praten: ‘Ik begon bij de grote getallen.’ ‘Ik keek eerst welke tweetallen sowieso niet kunnen.’
Snel klaar of in de plusklas: maak je eigen honingraat. Elke leerling bouwt een honingraat van vijf getallen voor een klasgenoot, met precies één getal dat de som (of het product) is van twee andere. Nagaan dat geen enkel ander tweetal werkt, is een mooie verrijkingsopdracht: met vijf getallen zijn er tien tweetallen, en die moeten allemaal gecontroleerd worden. Extra uitdaging: verstop er een valkuil in, zoals een groot getal dat net niet te maken is. Meer ideeën lees je in differentiëren bij rekenen.
De uitdaging van IndieIndie heeft twee honingraten voor je klas gemaakt. In de plushoningraat staan 8, 4, 16, 9 en 13; in de keerhoningraat 5, 4, 20, 3 en 24. Om welk getal zet je in elke honingraat een kring? Bekijk het antwoord
In de plushoningraat is het de 13, want 4 + 9 = 13. De 16 is een valkuil: 8 + 8 = 16, maar er staat maar één 8, en voor 7 + 9, 12 + 4 of 3 + 13 ontbreken de 7, de 12 en de 3. De andere tweetallen maken 12, 17, 20, 24 en 25, en met de 13 erbij 17, 21, 22 en 29: geen van die getallen staat in de honingraat. In de keerhoningraat is het de 20, want 5 × 4 = 20. De 24 is verleidelijk, maar 24 = 4 × 6 = 3 × 8, en er staat geen 6 en geen 8. De andere producten zonder de 20 (15, 12, 120, 96 en 72) staan er ook niet in, en met de 20 erbij kom je ver boven de 24 uit.
Spelen in de klas
Honingraatpuzzels zoals deze staan ook in het gratis spel in de browser. Het werkt op de laptops en tablets van school, zonder account en zonder dat er gegevens worden verzameld. Beequation Kids verschijnt binnenkort voor iPhone, iPad en Android, met zes werelden van de Optelweide tot de Grote Korf, tips van Indie de bij en zonder tijdsdruk.
Heb je ideeën of wil je graag meer bladen? Laat het ons weten via onze supportpagina.
Oefenen met Indie
Beequation Kids maakt van rekensommen honingraatpuzzels. Zit je kind even vast, dan geeft Indie de bij een tip. Zonder advertenties en zonder gegevensverzameling.
Meer voor leerkrachten
Gratis, praktische ideeën voor de rekenles vind je in ons rekenmateriaal voor leerkrachten: