Leren › Onderwerpen › Meetkunde en vormen

Uitleg per onderwerp

Meetkunde en vormen

Ik ben zelf een zeshoek, net als de cellen van mijn honingraat: 6 rechte zijden en 6 hoeken. En die cellen sluiten precies op elkaar aan, zonder één gaatje!

Meetkunde is het deel van rekenen dat over vorm, ruimte en plaats gaat. Op de basisschool leren kinderen vlakke figuren herkennen en benoemen (platte vormen, zoals een driehoek of een vierkant) en ruimtelijke figuren (vormen die ruimte innemen, zoals een kubus of een bol). Ze vouwen en bouwen, maken bouwplaten, ontdekken symmetrie en leren wat een hoek is. Een groot deel gaat over oriëntatie in de ruimte: zeggen waar iets is, een route volgen op een plattegrond, en later werken met kaarten, windrichtingen en coördinaten.

Wat kinderen per groep leren

Dit volgt de tussendoelen van SLO, het landelijke expertisecentrum voor het curriculum. Het precieze moment verschilt per school en per rekenmethode, dus je kind kan iets eerder of later aan de beurt zijn.

GroepWat ze leren
Groep 1 en 2Woorden voor plaats: voor, achter, naast, in, op, boven, onder, dichtbij, veraf, en ook links, rechts, tegenover en tussen. Een korte route volgen en vertellen hoe je ergens komt. Een bouwwerk nabouwen. Patronen herkennen en voortzetten, met kralen, de kralenplank of mozaïek. De cirkel, de driehoek, het vierkant en de rechthoek benoemen en terugvinden in de klas.
Groep 3Links, rechts, tegenover en tussen zelf gebruiken. Bedenken hoe iets er van bovenaf uitziet. Een route door de school lopen met een plattegrond. Een blokkenbouwsel nabouwen van een tekening, een vliegtuigje of hoedje vouwen en zelf een patroon ontwerpen. Bij een ruimtelijke figuur de passende uitslag zoeken.
Groep 4Voor-, zij- en bovenaanzicht van een bouwsel herkennen. Bouwplaten van een kubus, een balk en een piramide. Woorden als recht, schuin, lijn, hoek, midden en punt. De kubus, de balk, de bol en de cilinder benoemen. Van een eenvoudig patroon het spiegelbeeld tekenen.
Groep 5Symmetrie en de spiegelas: waar trek je de lijn door een vlinder? Een bouwplaat ontwerpen, bijvoorbeeld van een dobbelsteen, en bedenken welke randen tegen elkaar komen. Figuren naleggen met het tangram en natekenen op roosterpapier. Met een kaart een route van A naar B beschrijven.
Groep 6Kaarten met een legenda en een rooster (‘het zwembad ligt in vak C5’). De windrichtingen noord, oost, zuid en west. Wat ‘op schaal getekend’ betekent. Symmetrische patronen en vlakvullingen ontwerpen. De namen driehoek, vierhoek, vijfhoek, zeshoek, kubus, balk, bol, piramide en cilinder. Een rechthoek in driehoeken verdelen.
Groep 7Horizontaal, verticaal en diagonaal. Tekeningen in perspectief begrijpen: wat verder weg is, zie je kleiner. Op een kaart aanwijzen waar de fotograaf van een foto stond, en redeneren over kijklijnen. Coördinaten in een assenstelsel. Schaal 1 : 100.
Groep 8De windroos met acht richtingen: N, NO, O, ZO, Z, ZW, W en NW. Een maquette ontwerpen, bijvoorbeeld van je eigen huis. Redeneren over de stand van de zon en de schaduw. Kaarten met een schaal als 1 : 50.000.

De belangrijkste ideeën

1. Vlakke figuren: zijden en hoeken

Een vlakke figuur is plat. Is hij helemaal omsloten door rechte lijnen, dan heet hij een veelhoek. De lijnen zijn de zijden (kinderen zeggen vaak ‘kanten’) en de punten waar twee zijden samenkomen zijn de hoekpunten. In het Nederlands vertelt de naam van een veelhoek precies hoeveel hoeken hij heeft, en dus ook hoeveel zijden:

ZijdenNaamZijdenNaam
3driehoek7zevenhoek
4vierhoek8achthoek
5vijfhoek9negenhoek
6zeshoek10tienhoek

Een veelhoek is regelmatig als alle zijden even lang zijn en alle hoeken even groot. Een stopbord is een regelmatige achthoek, en de cellen van een honingraat zijn bijna perfecte regelmatige zeshoeken. Een cirkel is geen veelhoek: hij heeft geen rechte zijden.

Bij de vierhoeken horen het vierkant, de rechthoek, de ruit (vier even lange zijden), het parallellogram (twee paar evenwijdige zijden), het trapezium en de vlieger. Een vierkant is een bijzondere rechthoek: het heeft vier rechte hoeken, net als elke rechthoek, en daarbij vier even lange zijden. Om dezelfde reden is een vierkant ook een bijzondere ruit. Ook driehoeken hebben eigen namen: gelijkzijdig (drie even lange zijden), gelijkbenig (twee even lange zijden) en rechthoekig (met een rechte hoek).

2. Ruimtelijke figuren en bouwplaten

Een ruimtelijke figuur heeft niet alleen een lengte en een breedte, maar ook een hoogte. De platte buitenkanten heten vlakken, de lijnen waar twee vlakken samenkomen zijn de ribben en de punten zijn de hoekpunten.

FiguurVlakkenRibbenHoekpuntenIn het echt
Kubus6128een dobbelsteen
Balk6128een pak hagelslag
Piramide met vierkant grondvlak585de piramides in Egypte
Driezijdig prisma596een tentje
Driezijdige piramide464een piramidevormig theezakje

De bol (een voetbal), de cilinder (een blikje) en de kegel (een ijshoorntje) hebben een gebogen oppervlak. Een cilinder heeft twee platte, ronde vlakken en één gebogen vlak.

Een bouwplaat of uitslag is een ruimtelijke figuur die is opengevouwen tot een plat stuk. In groep 3 en 4 zoeken kinderen bij een doosje de juiste bouwplaat; in groep 5 ontwerpen ze er zelf een, bijvoorbeeld voor een dobbelsteen. Een kubus heeft maar liefst 11 verschillende bouwplaten. Wie een dobbelsteen maakt, moet ook nog opletten waar de ogen komen: de overstaande vlakken zijn samen altijd 7 (1 tegenover 6, 2 tegenover 5, 3 tegenover 4).

De tip van Indie

Knip samen een lege doos (van cornflakes of thee) open langs de ribben en vouw het karton plat. Dan zie je de bouwplaat van een balk: 6 rechthoeken, waarvan steeds twee even groot. Vouw het daarna weer dicht. Zo snapt je kind ineens waarom die rare kruisvorm op het werkblad een doosje wordt.

3. Spiegelen en symmetrie

Vierkant4 spiegelassenRechthoek2 spiegelassenGelijkzijdige driehoek3 spiegelassenRegelmatige zeshoek6 spiegelassen
Elke stippellijn is een spiegelas: vouw je de figuur over die lijn, dan vallen de twee helften precies op elkaar. De diagonalen van een rechthoek zijn géén spiegelassen.

In groep 4 tekenen kinderen het spiegelbeeld van een patroontje, alsof er een spiegel naast staat. In groep 5 leren ze de woorden symmetrisch en spiegelas (ook wel symmetrieas). Een figuur is symmetrisch als je er een lijn door kunt trekken zodat de ene helft het spiegelbeeld is van de andere. Knip je hem uit en vouw je hem over die lijn, dan passen de helften precies.

Een regelmatige veelhoek heeft evenveel spiegelassen als zijden. Een cirkel heeft er oneindig veel: elke rechte lijn door het middelpunt werkt. Ook letters zijn een mooie oefening: de A en de T hebben een staande spiegelas, de B en de E een liggende, en de H, de O en de X hebben ze allebei.

4. Hoeken

Het woord ‘hoek’ betekent in het Nederlands twee dingen: de punt van een figuur (de hoek van de tafel) en de opening tussen twee lijnen die in één punt samenkomen. Een hoek kun je ook zien als een draai. Een kwartslag draaien geeft een rechte hoek, de haakse hoek van een boek of een deurpost. Twee kwartslagen zijn een halve draai, vier kwartslagen een hele draai.

Scherp: 45°Recht: 90°Stomp: 135°Gestrekt: 180°
Het gekleurde stukje laat zien hoe ver de ene lijn ten opzichte van de andere gedraaid is. Een rechte hoek geef je aan met een vierkantje.

Een hoek die kleiner is dan een rechte hoek heet scherp, een hoek die groter is (maar nog geen rechte lijn) heet stomp, en een hoek die precies een rechte lijn vormt heet gestrekt. Hoeken meet je in graden: een hele draai is 360°, een gestrekte hoek 180° en een rechte hoek 90°.

Hoeken meten in graden staat niet in de SLO-doelen voor de basisschool. Kom je het toch al tegen in het rekenboek van groep 7 of 8, dan is dat een eerste kennismaking. Echt oefenen gebeurt meestal pas in de brugklas, met de geodriehoek: de doorzichtige driehoek met een liniaal en een gradenboog in één. Daarop staan twee schalen, en de verkeerde schaal aflezen is dé klassieke vergissing: dan wordt een hoek van 50° ineens 130°. Vraag daarom eerst: is deze hoek scherp of stomp? Dan weet je kind ongeveer wat eruit moet komen.

De tip van Indie

Maak samen een ‘hoekentester’: vouw een stukje papier dubbel en dan nog een keer dubbel. De gevouwen punt is een rechte hoek. Laat je kind daarmee door het huis gaan: de hoek van de krant, het raam, een opengeklapt boek. Is de hoek precies recht, kleiner (scherp) of groter (stomp)?

5. Patronen en vlakvullingen

Al bij de kleuters rijgen kinderen kralen in een vast patroon en zetten ze een mozaïek voort. In groep 6 ontwerpen ze een vlakvulling: een patroon van figuren die een vlak helemaal bedekken, zonder gaten en zonder dat ze over elkaar heen liggen, zoals tegels in de badkamer of de stenen van een stoep. Dat lukt alleen als de hoeken rond elk punt samen precies een hele draai maken.

gatDriehoeken6 × 60° = 360°Vierkanten4 × 90° = 360°Zeshoeken3 × 120° = 360°Vijfhoeken3 × 108° = 324°
Rond elk punt moeten de hoeken samen 360° zijn, een hele draai. Driehoeken, vierkanten en zeshoeken passen precies. Bij regelmatige vijfhoeken blijft er 360° − 324° = 36° over: een gat.

Van alle regelmatige veelhoeken passen alleen driehoeken, vierkanten en zeshoeken zo naadloos in elkaar. Bijen bouwen hun raat van zeshoeken: dat sluit zonder gaten aan, en met zo weinig mogelijk was maken ze zo veel mogelijk ruimte voor honing.

6. Plattegronden, kaarten en windrichtingen

Jonge kinderen beschrijven waar iets is (‘de bal ligt onder de tafel, naast de kast’) en volgen een route, eerst door de klas, later met een plattegrond van de school. Een plattegrond is een bovenaanzicht: zo zie je het van bovenaf. Lastig wordt het met links en rechts als je de kaart draait, of als iemand tegenover je staat: wat voor die ander rechts is, is voor jou links.

In groep 6 werken kinderen met een kaart met een rooster, zoals een stadsplattegrond: letters langs de ene kant, cijfers langs de andere, en ‘het station ligt in vak C5’. Ze leren de windrichtingen noord, oost, zuid en west, en in groep 8 de hele windroos: Groningen ligt in het noordoosten van Nederland, Middelburg in het zuidwesten. In groep 7 komen coördinaten in een assenstelsel: bij het punt (3, 5) ga je eerst 3 hokjes naar rechts en dan 5 omhoog.

Een kaart is op schaal getekend. Bij schaal 1 : 100 is 1 cm op de tekening 100 cm in het echt, dus 1 meter. Bij een fietskaart met schaal 1 : 50.000 is 4 cm op de kaart 200.000 cm, en dat is 2 km. In groep 7 en 8 redeneren kinderen ook over kijklijnen en schaduw: ’s ochtends staat de zon in het oosten, dus valt je schaduw naar het westen, en midden op de dag is je schaduw het kortst.

Veelgemaakte fouten

Spelletjes van vijf minuten voor thuis

De uitdaging van IndieIndie ontwerpt een doosje voor haar honingsnoepjes in de vorm van een zeshoekig prisma: een zeshoek als bodem, een zeshoek als deksel en rechthoekige zijkanten. Hoeveel vlakken, ribben en hoekpunten heeft het doosje? En uit welke figuren bestaat de bouwplaat? Bekijk het antwoord

Vlakken: 2 zeshoeken en 6 rechthoeken, samen 8. Ribben: 6 rond de bodem, 6 rond het deksel en 6 staande ribben, samen 18. Hoekpunten: 6 onder en 6 boven, samen 12. De bouwplaat bestaat dus uit 2 zeshoeken en 6 rechthoeken, plus een paar plakranden. Controle voor wie van puzzelen houdt: bij dit soort figuren is vlakken plus hoekpunten min ribben altijd 2, en inderdaad: 8 + 12 − 18 = 2.

Gratis werkbladen meetkunde

Print ze om thuis of in de klas te oefenen. Op de tweede bladzijde van elk werkblad staan de antwoorden.

Voorbeeld van het werkblad ‘Vlakke figuren’Vlakke figurenGroep 4, Groep 5, Groep 6 · Namen, zijden en hoekenDownload pdf

Snelle antwoorden

Is een vierkant een rechthoek?

Ja. Een rechthoek is een vierhoek met vier rechte hoeken, en die heeft een vierkant ook. Een vierkant is een bijzondere rechthoek: alle vier de zijden zijn even lang.

Wat is het verschil tussen een vlakke en een ruimtelijke figuur?

Een vlakke figuur is plat, zoals een driehoek of een cirkel op papier. Een ruimtelijke figuur heeft ook dikte, zoals een kubus, een bol of een cilinder. Bij vlakke figuren spreek je van zijden en hoekpunten, bij ruimtelijke figuren van vlakken, ribben en hoekpunten.

Hoeveel spiegelassen heeft een cirkel?

Oneindig veel. Elke rechte lijn door het middelpunt van een cirkel is een spiegelas.

Wanneer leren kinderen werken met een geodriehoek?

Vooral in de brugklas van de middelbare school. Hoeken meten in graden hoort niet bij de SLO-doelen voor de basisschool. Op de basisschool gaat het vooral om hoeken herkennen en vergelijken: is deze hoek recht, scherp of stomp?

Oefenen met Indie

Beequation Kids maakt van rekensommen honingraatpuzzels. Zit je kind even vast, dan geeft Indie de bij een tip. Zonder advertenties en zonder gegevensverzameling.

Verder leren