Leren › Groepen › Groep 5

Uitleg per groep

Rekenen in groep 5: wat leert je kind? (8 tot 9 jaar)

Ik heb 6 pootjes, dus 7 bijen hebben samen 7 × 6 = 42 pootjes! In groep 5 leer je alle tafels tot en met 10, en de tafel van 6 hoort daar ook bij.

Groep 5 is de groep van kinderen van 8 tot 9 jaar. Op veel scholen hoort groep 5 bij de middenbouw. Voor rekenen is het een jaar met veel nieuws: de getallen groeien tot 1000, kinderen leren de laatste tafels tot en met 10, ze gaan sommen onder elkaar zetten en ze leren klokkijken op de minuut. Ook het deelteken (:) en de rest komen erbij.

Waar werken kinderen in groep 5 aan?

In groep 4 rekenden kinderen tot 100, met tientallen en eenheden. Nu komt er een cijfer bij: het honderdtal. 352 is 3 honderdtallen, 5 tientallen en 2 eenheden, oftewel 300 + 50 + 2. Wie dat goed begrijpt, kan straks ook grote getallen onder elkaar optellen en aftrekken. Daarom werken kinderen veel met de getallenlijn tot 1000, met MAB-materiaal (blokjes, staafjes en plakken) en met geld.

Het andere grote onderwerp zijn de tafels. De tafels van 1 tot en met 5 en van 10 kennen de meeste kinderen uit groep 4. In groep 5 komen de tafels van 6, 7, 8 en 9 erbij, en daarmee ook de eerste deelsommen met een rest. Verder meten kinderen in millimeters en kilometers, liters en grammen, rekenen ze uit hoe lang iets duurt en ontdekken ze de spiegelas.

Wat staat er op het programma?

Wat je kind in welke groep leert, staat niet in de wet. De overheid legt in de kerndoelen vast wat elke basisschool moet aanbieden, bijvoorbeeld dat kinderen aan het eind van de basisschool ‘de tafels van buiten’ kennen. SLO, het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling, heeft dat uitgewerkt in tussendoelen per groep. Hieronder lees je wat er volgens die tussendoelen en de meeste rekenmethodes in groep 5 aan bod komt. Het precieze moment verschilt per school en per rekenmethode. Elk kopje linkt naar een uitgebreide gids over dat onderwerp.

Tellen en getalbegrip

Let op bij het opschrijven van getallen. In het Nederlands zeg je de eenheden vóór de tientallen: bij ‘driehonderdtweeënvijftig’ hoor je eerst de 2 en pas daarna de 50. Daardoor schrijven kinderen soms 325 in plaats van 352. Laat je kind het getal hardop zeggen en dan in de goede volgorde opschrijven: eerst de honderdtallen, dan de tientallen, dan de eenheden.

Optellen en aftrekken

Voor onder elkaar rekenen bestaan twee manieren. Bij kolomsgewijs rekenen werk je van links naar rechts met de echte waarde van de cijfers: eerst de honderdtallen, dan de tientallen, dan de eenheden. Bij cijferen begin je rechts en reken je met losse cijfers; kom je in een kolom op 10 of meer uit, dan ‘onthoud’ je het tiental met een klein cijfertje boven de volgende kolom. Op veel scholen komt kolomsgewijs rekenen eerst en cijferen daarna, maar dat hangt af van de rekenmethode. Het plusteken staat meestal rechts naast het onderste getal.

11 KolomsgewijsCijferen 347 285+ 500 120 12 + 632 347 285+ 632 (300 + 200)(40 + 80)(7 + 5)
347 + 285 = 632, links kolomsgewijs, rechts cijferend. De kleine enen zijn het onthouden tiental en het onthouden honderdtal.

Hardop klinkt cijferen zo: ‘7 plus 5 is 12, 2 opschrijven, 1 onthouden. 4 plus 8 is 12, plus 1 is 13, 3 opschrijven, 1 onthouden. 3 plus 2 is 5, plus 1 is 6.’ Aftrekken gaat op dezelfde twee manieren, met ‘lenen’ of ‘inwisselen’ als je in een kolom tekortkomt. In de gids over optellen en aftrekken zie je dat stap voor stap. Vraag de juf of meester welke manier de klas gebruikt, voordat je thuis een andere uitlegt; in zo leert je kind rekenen lees je waarom dat helpt.

Tafels, keer- en deelsommen

Breuken

Breuken schrijven met een teller en een noemer, zoals ¾, komt meestal in groep 6.

Verhoudingen en patronen

Met 250 gram bloem bak je 8 pannenkoeken. Hoeveel bloem heb je nodig voor 24 pannenkoeken? In een verhoudingstabel zie je het meteen: 24 pannenkoeken is 3 keer zoveel als 8, dus je hebt ook 3 keer zoveel bloem nodig.

Pannenkoeken81624
Bloem (gram)250500750

Meten en wegen

Klokkijken

123456789101112 twaalf over acht 08:1220:12 ’s ochtends’s avonds
Twaalf over acht: de grote wijzer staat 12 minuten na de 12, de kleine wijzer net voorbij de 8. Op een digitale klok is dat 08:12, of 20:12 als het avond is. In een tekst schrijf je 8.12 uur of 20.12 uur.

Rekenen met geld

Meetkunde en vormen

Tabellen en grafieken

Hoofdrekenen

Hoofdrekenen blijft het hart van de rekenles. Naast rijgen en splitsen leren kinderen in groep 5 steeds vaker handig rekenen. Een voorbeeld is compenseren: 463 + 199 = 463 + 200 − 1 = 662, en 520 − 98 = 520 − 100 + 2 = 422. Meer van die handige manieren vind je in strategieën voor hoofdrekenen.

Aan het eind van groep 5 kunnen de meeste kinderen…

Belangrijke woorden

WoordWat het betekent
Honderdtallen, tientallen, eenhedenDe drie delen van een getal van drie cijfers: 352 is 3 honderdtallen, 5 tientallen en 2 eenheden.
PositiewaardeWat een cijfer waard is door de plek waar het staat: in 352 is de 3 driehonderd waard, in 532 maar dertig.
AfrondenEen getal vervangen door een rond getal dat er dichtbij ligt: 879 afgerond op honderdtallen is 900.
Kolomsgewijs rekenenOnder elkaar rekenen van links naar rechts, met de echte waarde van de cijfers: 300 + 200, dan 40 + 80, dan 7 + 5.
CijferenOnder elkaar rekenen van rechts naar links, met losse cijfers en ‘onthouden’.
OnthoudenBij cijferend optellen het tiental (of honderdtal) dat je als klein cijfertje boven de volgende kolom zet.
Lenen, inwisselenBij cijferend aftrekken een tiental uit de kolom ernaast omruilen voor tien eenheden, als je tekortkomt.
DeeltafelDe deelsommen die bij een tafel horen: bij de tafel van 8 horen 16 : 8 = 2, 24 : 8 = 3, enzovoort.
RestWat er bij een deelsom overblijft: 72 : 5 = 14 rest 2.
VerdeelstrategieEen keersom in handige stukken verdelen: 8 × 36 = 8 × 30 + 8 × 6.
OmtrekDe afstand helemaal rond een figuur.
OppervlakteHoeveel ruimte een plat vlak inneemt; in groep 5 tel je dat in hokjes.
SpiegelasDe lijn waarlangs je een symmetrische figuur kunt dubbelvouwen, zodat de twee helften precies op elkaar passen.
EtmaalEen dag en een nacht samen: 24 uur.
LegendaDe uitleg bij een diagram of een kaart: wat een plaatje of een kleur betekent.

Nog meer rekenwoorden staan in de rekenwoordenlijst.

Toetsen in groep 5

Net als in groep 3 en 4 maakt je kind in groep 5 methodetoetsen: na elk blok van de rekenmethode kijkt de juf of meester of de stof is blijven hangen. Daarnaast volgt de school met de toetsen van het leerlingvolgsysteem (LVS) hoe je kind zich ontwikkelt in taal en rekenen. Op veel scholen is er een middentoets rond januari of februari en een eindtoets rond juni. Veel ouders noemen ze ‘de Cito-toetsen’, ook als de school toetsen van een andere aanbieder gebruikt. De uitslag laat zien hoe je kind groeit; je kind kan er niet voor zakken of slagen.

Er is in Nederland geen landelijke tafeltoets, ook niet in groep 5. Wel houden veel leerkrachten zelf bij welke tafels al vlot gaan, bijvoorbeeld door te ‘flitsen’: de juf of meester laat een som heel even zien en de kinderen zeggen zo snel mogelijk het antwoord. Meer over de toetsen en hoe je de uitslagen leest, vind je in de rekentoetsen op de basisschool uitgelegd.

Zo help je thuis

Meer ideeën vind je in rekenen in het dagelijks leven en in zo help je je kind thuis met rekenen.

De tip van Indie

De tafels van 6, 7, 8 en 9 lijken veel werk, maar dat valt mee. Wie de tafels van 1 tot en met 5 en van 10 kent, weet de meeste antwoorden al: 7 × 4 staat ook in de tafel van 4. Echt nieuw zijn alleen de sommen waarin beide getallen 6, 7, 8 of 9 zijn. Dat zijn er 16, en omdat je mag verwisselen (7 × 8 = 8 × 7) eigenlijk maar 10. Laat je kind die met bekende sommen uitrekenen: 6 × 7 is het dubbele van 3 × 7, dus 42; 9 × 8 is 10 × 8 min 8, dus 72. Na een paar keer uitrekenen blijft zo’n som steeds beter hangen.

De uitdaging van IndieIndie en haar zussen vullen elke dag 8 potjes honing. Na 9 dagen zet Indie alle potjes in doosjes van 5. Hoeveel doosjes kan ze helemaal vullen, en hoeveel potjes blijven er over? Bekijk het antwoord

Ze vult 14 doosjes, en er blijven 2 potjes over. Eerst de keersom: 9 × 8 = 72 potjes. Dan de deelsom 72 : 5. Tien doosjes zijn 50 potjes, dan zijn er nog 22 over. Vier doosjes erbij zijn 20 potjes, en dan blijven er 2 over. Samen 10 + 4 = 14 doosjes, rest 2. Terugrekenen: 14 × 5 = 70, en 70 + 2 = 72.

Gratis werkbladen voor groep 5

Print ze om thuis of in de klas te oefenen. Op de tweede pagina van elk werkblad staan de antwoorden.

Voorbeeld van het werkblad ‘Honderdtallen, tientallen en eenheden’Honderdtallen, tientallen en eenhedenGroep 5 · Positiewaarde tot 1000Download pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Afronden’AfrondenGroep 5, Groep 6 · Op tientallen, honderdtallen en duizendtallenDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Optellen onder elkaar’Optellen onder elkaarGroep 5, Groep 6 · Getallen van drie cijfersDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Aftrekken onder elkaar’Aftrekken onder elkaarGroep 5, Groep 6 · Getallen van drie cijfersDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘De tafels van 3, 4 en 8’De tafels van 3, 4 en 8Groep 4, Groep 5 · Keersommen door elkaarDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Deeltafels’DeeltafelsGroep 5, Groep 6 · Delen met de tafelsDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Welk deel is gekleurd?’Welk deel is gekleurd?Groep 5, Groep 6 · Halven, derden, kwarten en meerDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Klokkijken per 5 minuten’Klokkijken per 5 minutenGroep 5 · In woorden en in cijfersDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Munten tellen’Munten tellenGroep 4, Groep 5 · Euromunten optellenDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Wisselgeld’WisselgeldGroep 5, Groep 6 · Terugkrijgen van € 1, € 2 en € 5Download pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Omtrek en oppervlakte’Omtrek en oppervlakteGroep 5, Groep 6 · Rechthoeken op een rooster van centimetersDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Vlakke figuren’Vlakke figurenGroep 4, Groep 5, Groep 6 · Namen, zijden en hoekenDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Welk getal ontbreekt?’Welk getal ontbreekt?Groep 5, Groep 6 · Vind het getal in het hokjeDownload pdf

Snelle antwoorden

Welke tafels moet mijn kind aan het eind van groep 5 kennen?

Alle tafels tot en met 10, ook door elkaar. Volgens de tussendoelen van SLO kent je kind aan het eind van groep 5 alle keersommen uit die tafels uit het hoofd, en kan het de deelsommen die erbij horen vlot uitrekenen. De deeltafels echt uit het hoofd kennen is pas een doel voor groep 6. De tafels van 11 en 12 worden op de basisschool meestal niet geleerd.

Wat is het verschil tussen kolomsgewijs rekenen en cijferen?

Bij allebei zet je de getallen onder elkaar. Bij kolomsgewijs rekenen begin je links en reken je met de echte waarde: 300 + 200, 40 + 80, 7 + 5, en die uitkomsten tel je op. Bij cijferen begin je rechts, reken je met losse cijfers en onthoud je het tiental. Kolomsgewijs laat beter zien wat je doet; cijferen is korter. Welke manier je kind leert, hangt af van de rekenmethode van de school.

Is er een tafeltoets in groep 5?

Nee. In Nederland bestaat geen landelijke tafeltoets. Hoe het met de tafels gaat, zie je onder meer in de methodetoetsen, en veel leerkrachten oefenen en controleren de tafels ook zelf in de klas.

Leert mijn kind in groep 5 al kommagetallen?

Nog niet als apart onderwerp. Kommagetallen kom je in groep 5 vooral tegen bij geld, in bedragen als € 4,95. In groep 6 leren kinderen kommagetallen met één en twee cijfers achter de komma, en ook breuken als getallen.

Oefenen met Indie

Beequation Kids maakt van rekensommen honingraatpuzzels. Zit je kind even vast, dan geeft Indie de bij een tip. Zonder advertenties en zonder gegevensverzameling.

Verder leren