Leren › Groepen › Groep 7

Uitleg per groep

Rekenen in groep 7: wat leert je kind? (10 tot 11 jaar)

In mijn raatje van 20 cellen zitten er 5 vol honing. Dat is ¼ van de cellen, en ook 0,25 en 25%! In groep 7 ontdek je dat breuken, kommagetallen en procenten verschillende namen zijn voor hetzelfde.

Groep 7 is de groep van kinderen van 10 tot 11 jaar: de meeste kinderen worden in de loop van het schooljaar 11. Het is het op een na laatste jaar van de basisschool, midden in de bovenbouw. Bij rekenen gebeurt er veel: de getallen groeien tot een miljoen, kommagetallen krijgen drie cijfers achter de komma, en breuken, kommagetallen en procenten gaan steeds meer met elkaar samenhangen. Nieuw is ook de rekenmachine. En op veel scholen hoor je aan het eind van het jaar een eerste indicatie van het schooladvies voor de middelbare school.

Waar werkt je kind aan in groep 7?

In groep 6 werkte je kind met getallen tot 100.000, met kommagetallen tot twee cijfers achter de komma en met breuken als getallen met een teller en een noemer. In groep 7 wordt dat allemaal groter en preciezer. Je kind rekent met getallen tot een miljoen, vergelijkt kommagetallen zoals 4,3 en 4,25, maakt breuken eenvoudiger en telt breuken met dezelfde noemer bij elkaar op. Procenten krijgen een vaste plek: korting in de winkel, een cirkeldiagram in de krant, de batterij van een tablet.

Op papier worden de sommen langer: twee getallen van twee cijfers vermenigvuldigen, zoals 35 × 67, en delen door een getal van twee cijfers. Bij meten komen de hectare, de kubieke meter en de inhoud van een doos erbij, en bij tijd het noteren van datums en het rekenen met honderdsten van seconden. Veel kinderen merken in groep 7 dat rekenen steeds vaker om redeneren vraagt: welke aanpak is hier handig, en klopt mijn antwoord wel?

Wat staat er in groep 7 op het programma?

De overheid legt vast wat elke basisschool moet aanbieden (de kerndoelen) en wat kinderen aan het eind van groep 8 moeten beheersen (de referentieniveaus 1F en 1S). Hoe een school dat over de groepen verdeelt, bepaalt ze zelf, meestal via haar rekenmethode. Dit overzicht volgt de tussendoelen voor groep 7 van SLO, het landelijke expertisecentrum voor het curriculum. Het precieze moment verschilt per school en per rekenmethode, dus kijk vooral naar wat de klas van je kind nu doet. Elk kopje linkt naar een uitgebreide gids over dat onderwerp.

Tellen en getalbegrip

Optellen en aftrekken

Op papier rekenen kinderen kolomsgewijs (met hele waarden, van links naar rechts) of ze cijferen (cijfer voor cijfer, met ‘onthouden’ en ‘lenen’). Welke manier je kind leert, hangt af van de rekenmethode van de school. Vraag het de juf of meester voordat je thuis een andere manier voordoet. Waarom scholen zo werken, lees je in zo leert je kind rekenen op de basisschool.

Tafels, keer- en deelsommen

Kolomsgewijs vermenigvuldigen ziet er zo uit. Je kind rekent eerst met de tientallen en daarna met de eenheden, en telt de vier stukken bij elkaar op:

67 35× 1800 210 300 35+ 2345 (30 × 60) (30 × 7) (5 × 60) (5 × 7)
35 × 67 kolomsgewijs: 1800 + 210 + 300 + 35 = 2345. Cijferend kom je op hetzelfde uit: 5 × 67 = 335 en 30 × 67 = 2010, samen 2345.

Bij delen door een getal van twee cijfers neemt je kind met de hapmethode steeds een handige ‘hap’ uit het deeltal. Voor 864 : 24 schrijf je 24 / 864 \ en reken je: 20 × 24 = 480, dan blijft er 864 − 480 = 384 over. Nog 10 × 24 = 240, dan blijft er 144 over. En 6 × 24 = 144, dan is alles op. De happen samen: 20 + 10 + 6 = 36, dus 864 : 24 = 36. Terugrekenen: 36 × 24 = 864.

Breuken

2/54/108/20
⅖, ⁴⁄₁₀ en ⁸⁄₂₀ zijn gelijkwaardige breuken: het gekleurde stuk is steeds even lang. Andersom, van ⁸⁄₂₀ terug naar ⅖, heet vereenvoudigen.

Kommagetallen en procenten

Verhoudingen en patronen

Meten en wegen

Klokkijken en tijd

Meetkunde en vormen

Tabellen en grafieken

Hoofdrekenen en de rekenmachine

Hoofdrekenen blijft belangrijk, ook nu de sommen groter worden. Kinderen gebruiken handige strategieën: 18 × 25 = 9 × 50 = 450 (verdubbelen en halveren), 7 × 99 = 7 × 100 − 7 = 693 (compenseren) en 10% van iets is dat getal gedeeld door 10. In groep 7 leren ze ook met de rekenmachine werken: wat de toetsen doen, hoe je een uitkomst begrijpt als een deling niet precies uitkomt (43 : 3 geeft 14,333333: 3 past 14 keer in 43, en er blijft iets over), en waarom je altijd eerst schat. Wie verwacht dat 48 × 52 ongeveer 50 × 50 = 2500 is, ziet meteen dat 24.960 op het schermpje niet kan kloppen (het goede antwoord is 2496). Meer strategieën vind je bij strategieën voor hoofdrekenen.

Aan het eind van groep 7 kunnen de meeste kinderen…

Belangrijke woorden

WoordWat het betekent
Een tonHonderdduizend: 100.000. (Bij gewicht betekent een ton 1000 kg.)
DuizendstenHet derde cijfer achter de komma: in 6,175 staat de 5 op de plaats van de duizendsten.
Gelijkwaardige breukenBreuken die even groot zijn: ⅖ = ⁴⁄₁₀.
VereenvoudigenEen breuk met kleinere getallen schrijven, door teller en noemer door hetzelfde getal te delen: ⁹⁄₁₂ = ¾.
Helen eruit halenEen breuk groter dan 1 schrijven als heel getal met een breuk: ⁸⁄₇ = 1 ¹⁄₇.
Gelijknamige breukenBreuken met dezelfde noemer, zoals ²⁄₇ en ⁶⁄₇. Die kun je direct optellen en aftrekken.
Procent (%)Van de honderd: 30% betekent 30 van elke 100.
SchaalHoeveel keer kleiner een tekening of kaart is dan het echt is. Bij 1 : 100 is 1 cm op papier 100 cm in het echt.
Hectare, areMaten voor grote oppervlaktes: 1 ha = 10.000 m², 1 are = 100 m².
Inhoud, kuubHoeveel ruimte er in iets is. Een kuub is een kubieke meter (1 m³), en dat is 1000 liter.
GemiddeldeAlle getallen bij elkaar opgeteld en gedeeld door hoeveel het er zijn.
CoördinatenTwee getallen die een punt aanwijzen in een assenstelsel: eerst opzij langs de horizontale as, dan omhoog.

Toetsen en het voorlopig advies in groep 7

In groep 7 volgt de school de ontwikkeling van je kind met de toetsen van het leerlingvolgsysteem (LVS). Op veel scholen is er een middentoets rond januari of februari en een eindtoets rond juni. Veel ouders noemen ze ‘de Cito-toetsen’, ook als de school toetsen van een andere aanbieder gebruikt. Het zijn geen toetsen waarvoor je slaagt of zakt: ze laten zien hoe je kind groeit ten opzichte van eerdere jaren. Daarnaast maakt de klas na elk blok van de rekenmethode een methodetoets, zodat de juf of meester ziet wat er goed is blijven hangen.

Op veel scholen krijg je aan het eind van groep 7 een eerste indicatie van het schooltype dat bij je kind lijkt te passen, soms ‘voorlopig advies’ of ‘pre-advies’ genoemd. Dat is geen wettelijke verplichting en ook nog geen eindoordeel. De school kijkt daarvoor naar hoe je kind zich in de loop van de jaren heeft ontwikkeld: de resultaten, maar ook hoe je kind werkt, plant en volhoudt. Het officiële voorlopig schooladvies volgt in januari van groep 8, vóór de doorstroomtoets, en het definitieve schooladvies in maart. Zie het gesprek over een indicatie in groep 7 dus vooral als een goed moment om samen met de leerkracht en je kind te bespreken wat goed gaat en waar nog groei zit. Wat de toetsen meten en hoe het schooladvies tot stand komt, lees je in de rekentoetsen op de basisschool uitgelegd.

Zo help je thuis

Meer ideeën lees je in rekenen in het dagelijks leven en je kind thuis helpen met rekenen.

De tip van Indie

Bij procenten helpt het om bij 10% te beginnen: dat is het bedrag gedeeld door 10. 10% van € 60 is € 6. Van daaruit is 5% de helft (€ 3), 20% het dubbele (€ 12) en 15% is 10% + 5% (€ 6 + € 3 = € 9). En 25% is een kwart, 50% de helft. Op school zetten kinderen zulke stappen vaak in een verhoudingstabel of op een procentenstrook. Vraag je kind om het je voor te doen: wie het kan uitleggen, snapt het echt.

De uitdaging van IndieIn de korf staat een bak van 25 cm lang, 20 cm breed en 10 cm hoog, helemaal vol honing. Indie schept de honing in potjes van ¼ liter. Hoeveel potjes vult ze? Op de vrijmarkt van Koningsdag verkoopt ze een potje voor € 3,50. Aan het eind van de dag geeft ze 20% korting. Wat kost een potje dan? Bekijk het antwoord

Indie vult 20 potjes. De inhoud van de bak is 25 × 20 × 10 = 5000 cm³. Dat is 5 dm³, en 1 dm³ is 1 liter, dus er zit 5 liter honing in. In 1 liter passen 4 potjes van ¼ liter, dus in 5 liter passen 5 × 4 = 20 potjes. Met korting kost een potje € 2,80. 10% van € 3,50 is € 0,35, dus 20% is € 0,70, en € 3,50 − € 0,70 = € 2,80. Controle: 80% van € 3,50 is 8 × € 0,35 = € 2,80.

Gratis werkbladen voor groep 7

Print ze om thuis of in de klas te oefenen. Op de tweede pagina van elk werkblad staan de antwoorden.

Voorbeeld van het werkblad ‘Vermenigvuldigen onder elkaar’Vermenigvuldigen onder elkaarGroep 6, Groep 7 · Drie cijfers keer één cijferDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Breuken van een getal’Breuken van een getalGroep 6, Groep 7 · Zoals ½ van 12 en ¾ van 20Download pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Gelijkwaardige breuken’Gelijkwaardige breukenGroep 7, Groep 8 · Vind het getal dat ontbreektDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Tienden en honderdsten’Tienden en honderdstenGroep 6, Groep 7 · Breuken als kommagetalDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Procenten berekenen’Procenten berekenenGroep 7, Groep 8 · 10%, 25%, 50% en meerDownload pdf

Snelle antwoorden

Wat is het voorlopig advies in groep 7?

Op veel scholen krijgen ouders aan het eind van groep 7 een eerste indicatie van het schooltype dat bij hun kind lijkt te passen. Dat is geen verplichting en nog geen eindoordeel. Het officiële voorlopig schooladvies volgt in januari van groep 8, vóór de doorstroomtoets.

Mag mijn kind in groep 7 een rekenmachine gebruiken?

Ja, de rekenmachine hoort bij de doelen van groep 7. Kinderen leren hoe hij werkt, hoe je een uitkomst begrijpt en vooral hoe je met schatten controleert of die uitkomst kan kloppen. Hoofdrekenen en rekenen op papier blijven daarnaast net zo belangrijk.

Wat zijn gelijknamige breuken?

Breuken met dezelfde noemer, zoals ²⁄₇ en ⁶⁄₇. Die kun je direct optellen of aftrekken: je telt de tellers op en de noemer blijft hetzelfde. ²⁄₇ + ⁶⁄₇ = ⁸⁄₇ = 1 ¹⁄₇. Breuken met verschillende noemers, zoals ½ + ⅓, komen in groep 8.

Moet mijn kind in groep 7 de tafels nog oefenen?

Ja, als ze nog niet vlot gaan. Alle tafels tot en met 10 en de deeltafels horen uit het hoofd te zitten, en in groep 7 bouwt bijna alles erop voort: grote keersommen, delen door een getal van twee cijfers en breuken vereenvoudigen. Een paar minuten per dag helpt meer dan een uur in het weekend.

Oefenen met Indie

Beequation Kids maakt van rekensommen honingraatpuzzels. Zit je kind even vast, dan geeft Indie de bij een tip. Zonder advertenties en zonder gegevensverzameling.

Verder lezen