Leren › Groepen › Groep 4

Uitleg per groep

Rekenen in groep 4: wat leert je kind? (7 tot 8 jaar)

Ik heb 4 vleugels, dus 3 bijen zoals ik hebben samen 3 × 4 = 12 vleugels. In groep 4 komen de eerste tafels, en de tafel van 4 is precies het dubbele van de tafel van 2!

Groep 4 is de groep van kinderen van 7 tot 8 jaar: de meeste kinderen worden in de loop van het schooljaar 8. Op veel scholen hoort groep 4 bij de middenbouw. Bij rekenen is het een jaar met veel nieuws: de sommen gaan tot 100, de eerste tafels komen erbij, op de klok leert je kind halve uren en kwartieren lezen, en aan het eind van het jaar kent het alle munten en briefjes.

Waar kinderen in groep 4 aan werken

In groep 3 leerde je kind tellen tot 100 en rekenen tot 20. In groep 4 komt daar het echte rekenen tot 100 bij. Daarvoor moet je kind goed begrijpen hoe een getal is opgebouwd: in 47 staat de 4 voor 4 tientallen, dus 40, en de 7 voor 7 eenheden. De juf of meester noemt dat de positiewaarde. Wie dat doorheeft, kan een som als 34 + 27 in stukjes uitrekenen, met de tientallen en de eenheden apart.

Tegelijk moeten de plus- en minsommen tot en met 20 nu echt vast gaan zitten. In groep 3 mocht je kind 8 + 7 nog uitrekenen via de 10; aan het eind van groep 4 is het antwoord er meteen. Dat heet automatiseren, en het is nodig omdat elke som tot 100 op die kleine sommen steunt. De tweede grote stap is vermenigvuldigen: je kind leert wat ‘keer’ betekent en kent aan het eind van het jaar de eerste tafels uit het hoofd.

Wat er in groep 4 aan bod komt

De kerndoelen leggen vast wat elke basisschool moet aanbieden, maar niet in welke groep. Dat staat in de tussendoelen van SLO, het landelijke expertisecentrum voor het curriculum: een richtlijn per groep, geen verplichting. Hieronder lees je wat volgens die tussendoelen en de meeste rekenmethodes in groep 4 aan bod komt. Het precieze moment verschilt per school en per rekenmethode, dus je kind kan iets best een paar maanden eerder of later tegenkomen. Elk kopje linkt naar een uitgebreide uitleg over dat onderwerp.

Tellen en getalbegrip

Een typisch Nederlands struikelblok: we zeggen de eenheden vóór de tientallen. Bij ‘zevenenveertig’ hoort je kind eerst de 7, en dus schrijft het soms 74. Veel kinderen hebben daar een tijdje last van. Vraag dan: ‘Hoeveel tientallen zitten erin?’ Zo ontdekt je kind zelf waar het misging.

Optellen en aftrekken

Rijgen tekent je kind op de lege getallenlijn: een lijn zonder streepjes, waarop het alleen de getallen zet die het nodig heeft, met de sprongen erboven.

+30+4+3 46768083
46 + 37 met rijgen: eerst een sprong van 30 naar 76, dan 4 erbij om op het tiental 80 te komen, en nog 3 erbij. 46 + 37 = 83.

Bij minsommen gaat splitsen snel mis. Bij 52 − 27 rekenen sommige kinderen eerst 50 − 20 = 30, en dan 7 − 2 = 5 in plaats van 2 − 7. Zo komen ze op 35 uit, terwijl het goede antwoord 25 is. Rijgen is bij minsommen vaak veiliger: 52 − 20 = 32, en 32 − 7 = 25. Meer over deze manieren lees je in zo leert je kind rekenen op de basisschool.

Tafels, keer- en deelsommen

Het deelteken ‘:’ komt meestal in groep 5, samen met de andere tafels tot en met 10. De deeltafels uit het hoofd kennen hoort bij groep 6. Ideeën om thuis te oefenen vind je bij tafels oefenen met je kind.

Breuken: de helft

Een kwart van een hoeveelheid komt in groep 5, en breuken met een teller en een noemer pas in groep 6. Op de klok hoort je kind dit jaar wel al ‘half’ en ‘kwart’.

Verhoudingen en patronen

Voor 4 pannenkoeken heb je 2 eieren nodig. Hoeveel eieren heb je nodig voor 8 pannenkoeken, en voor 12? In de verhoudingstabel staan de twee rijen onder elkaar, en wat je boven doet, doe je ook onder: twee keer zoveel pannenkoeken betekent twee keer zoveel eieren.

Pannenkoeken4812
Eieren246

In de hogere groepen wordt de verhoudingstabel een van de belangrijkste hulpmiddelen, bij breuken, procenten en delen.

Klokkijken

123456789101112 123456789101112 kwart over drie3.15 of 15.15 uur half vier3.30 of 15.30 uur
Bij half vier staat de grote wijzer op de 6 en de kleine wijzer halverwege de 3 en de 4: het is een half uur vóór vier uur.

Het lastigste woord is ‘half’. Half vier betekent een half uur vóór vier uur, dus 3.30 uur, en niet een half uur ná vier uur. Klokkijken op de minuut, en weten dat een uur 60 minuten heeft, komt meestal in groep 5.

Rekenen met geld

Bedragen met een komma, zoals € 4,95, en wisselgeld uitrekenen komen in groep 5.

Meten en wegen

Millimeters, grammen en liters volgen in groep 5.

Meetkunde en vormen

Tabellen en grafieken

Hoofdrekenen

In veel klassen begint de rekenles met een korte rekenstart, waarin de juf of meester sommen flitst: een som op een kaartje of op het digibord, die maar heel even te zien is. Zo oefent je kind de sommen tot 20 en de tafels tot het antwoord er meteen is. Hoofdrekenen is in groep 4 de basis van alles: de sommen tot 100 reken je kind nog niet onder elkaar uit, maar in het hoofd of met een lege getallenlijn. Uitgewerkte voorbeelden vind je in onze strategieën voor hoofdrekenen.

Aan het eind van groep 4 kunnen de meeste kinderen…

Belangrijke woorden

WoordWat het betekent
Tientallen en eenhedenDe twee delen van een getal van twee cijfers: 36 is 3 tientallen en 6 eenheden.
PositiewaardeWat een cijfer waard is door de plek waar het staat: de 3 in 36 is 30 waard.
Even, onevenEen even aantal kun je in tweetallen verdelen zonder dat er iets overblijft. Bij een oneven aantal blijft er altijd 1 over.
RijgenHet eerste getal heel laten en het tweede in stappen erbij doen of eraf halen: 64 − 27 = 64 − 20 − 7 = 37.
SplitsenBeide getallen uit elkaar halen in tientallen en eenheden: 34 + 27 = 30 + 20 + 4 + 7 = 61.
Via het tientalEerst naar een rond tiental springen: 37 + 8 = 37 + 3 + 5 = 45.
CompenserenMet een rond getal rekenen en daarna bijstellen: 67 − 19 = 67 − 20 + 1 = 48.
Lege getallenlijnEen lijn zonder streepjes, waarop je alleen de getallen zet die je nodig hebt, met de sprongen erboven.
Keer, maal3 × 5 betekent 3 keer een groepje van 5: 5 + 5 + 5 = 15.
AutomatiserenEen som zo vaak oefenen dat het antwoord er meteen is, zonder te tellen of te rekenen.
KwartierEen kwart van een uur. Een half uur is twee kwartier.
OmtrekDe lengte van de rand van een figuur, helemaal rond.
TurvenTellen met streepjes, in groepjes van vijf.
VerhoudingstabelEen tabel met twee rijen die bij elkaar horen, zoals pannenkoeken en eieren.

Toetsen in groep 4

In groep 4 zijn er geen landelijke examens. Na elk blok van de rekenmethode maakt je kind een methodetoets, zodat de juf of meester ziet wat is blijven hangen en wie nog extra uitleg nodig heeft. Daarnaast gebruikt elke school vanaf groep 3 een leerlingvolgsysteem (LVS), met erkende toetsen voor taal en rekenen. Op veel scholen maakt je kind zo’n rekentoets rond januari of februari (de middentoets, op de uitslag vaak ‘M4’) en rond juni (de eindtoets, ‘E4’). Veel ouders noemen ze ‘de Cito-toetsen’, ook als de school toetsen van een andere aanbieder gebruikt.

Bij geen van deze toetsen kan je kind zakken: ze laten zien hoe je kind zich ontwikkelt. Een landelijke tafeltoets bestaat ook niet; de tafels controleert de leerkracht in de klas. Hoe je de uitslagen leest, staat in de rekentoetsen op de basisschool uitgelegd.

Zo help je thuis

Nog meer ideeën staan in rekenen in het dagelijks leven en zo help je je kind thuis met rekenen. Zitten de sommen tot 20 nog niet vast, kijk dan ook bij splitsen en sommen tot 20.

De tip van Indie

Vraag je kind bij een som tot 100: ‘Hoe heb je dat gedaan?’ Dan hoor je of het rijgt of splitst, en kun je meedenken in dezelfde taal als de juf of meester. Leer je kind thuis liever nog niet om sommen onder elkaar te zetten, ook al heb je het zelf zo geleerd: dat komt pas in groep 5, en twee manieren tegelijk maken het verwarrend. Weet je niet zeker welke aanpak de klas gebruikt, vraag het dan aan de juf of meester.

De uitdaging van IndieIndie vult elke dag 5 honingpotjes. Na 9 dagen geeft ze 18 potjes aan haar vriendinnen in de korf. Hoeveel potjes heeft Indie dan nog? Bekijk het antwoord

Indie heeft nog 27 potjes. Eerst 9 × 5: dat is één keer minder dan 10 × 5 = 50, dus 50 − 5 = 45 potjes. Dan 45 − 18 met rijgen: 45 − 10 = 35, en 35 − 8 = 27. Controleer door terug te rekenen: 27 + 18 = 45.

Gratis werkbladen voor groep 4

Print ze om thuis of in de klas te oefenen. Op de tweede pagina van elk werkblad staan de antwoorden.

Voorbeeld van het werkblad ‘Getallenrijen tot 100’Getallenrijen tot 100Groep 3, Groep 4 · Tellen met sprongen van 1, 2, 5 en 10Download pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Tientallen en eenheden’Tientallen en eenhedenGroep 4 · Getallen tot 100 splitsenDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Samen 20’Samen 20Groep 3, Groep 4 · Welke twee getallen maken samen 20?Download pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Plus en min tot 20’Plus en min tot 20Groep 3, Groep 4 · Plus- en minsommen door elkaarDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘De tafels van 2, 5 en 10’De tafels van 2, 5 en 10Groep 4 · Keersommen door elkaarDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘De tafels van 3, 4 en 8’De tafels van 3, 4 en 8Groep 4, Groep 5 · Keersommen door elkaarDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Hele en halve uren’Hele en halve urenGroep 3, Groep 4 · KlokkijkenDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Kwart over en kwart voor’Kwart over en kwart voorGroep 4 · KlokkijkenDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Munten tellen’Munten tellenGroep 4, Groep 5 · Euromunten optellenDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Vlakke figuren’Vlakke figurenGroep 4, Groep 5, Groep 6 · Namen, zijden en hoekenDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Een staafdiagram aflezen’Een staafdiagram aflezenGroep 3, Groep 4 · Het lievelingsfruit van de klasDownload pdf

Snelle antwoorden

Welke tafels moet mijn kind in groep 4 kennen?

De tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10, aan het eind van het schooljaar. De andere tafels tot en met 10 volgen in groep 5, en in groep 6 komen de deeltafels uit het hoofd. De tafels van 11 en 12 horen er op de basisschool niet standaard bij.

Wat is het verschil tussen rijgen en splitsen?

Bij rijgen blijft het eerste getal heel en spring je in stappen vooruit of terug: 64 − 27 = 64 − 20 − 7 = 37. Bij splitsen haal je beide getallen uit elkaar in tientallen en eenheden: 34 + 27 = 30 + 20 + 4 + 7 = 61. Je kind leert ze allebei; bij minsommen is rijgen vaak veiliger.

Mijn kind vindt half vier lastig. Is dat normaal?

Ja, heel normaal. ‘Half vier’ verwijst naar het uur dat nog moet komen: het is 3.30 uur. Oefen met een echte klok: zet de grote wijzer op de 6 en vraag waar de kleine wijzer staat. Die staat halverwege de 3 en de 4, op weg naar de 4, en daarom heet het half vier.

Is er in groep 4 een tafeltoets?

Nee, een landelijke tafeltoets bestaat niet. De leerkracht controleert de tafels in de klas en in de methodetoetsen. Wel maakt je kind op veel scholen twee keer per jaar een LVS-toets voor rekenen, die laat zien hoe het zich ontwikkelt.

Oefenen met Indie

Beequation Kids maakt van rekensommen honingraatpuzzels. Zit je kind even vast, dan geeft Indie de bij een tip. Zonder advertenties en zonder gegevensverzameling.

Verder leren