Leren › Onderwerpen › Kommagetallen en procenten

Uitleg per onderwerp

Kommagetallen en procenten

Een halve pot honing is ½ pot, 0,5 pot of 50% van de pot. Drie manieren om het op te schrijven, en het blijft precies evenveel honing!

Een kommagetal is een getal met cijfers achter de komma. Zo heet het in de klas; het officiële woord is decimaal getal. In 2,5 (twee komma vijf) staat de 2 voor twee helen en de 5 voor vijf tienden, dus 2,5 is tweeënhalf. Procent betekent ‘per honderd’: 50% (vijftig procent) is 50 van elke 100, en dat is precies de helft. Breuken, kommagetallen en procenten zijn drie manieren om dezelfde hoeveelheden op te schrijven. Aan het eind van groep 8 zetten kinderen ze vlot in elkaar om.

Wat kinderen per groep leren

Deze tabel volgt de tussendoelen per groep van SLO, het landelijke expertisecentrum voor het curriculum. Het precieze moment verschilt per school en per rekenmethode.

GroepWat ze leren
Groep 5Kommagetallen duiken voor het eerst op bij geld. Kinderen lezen en schrijven bedragen als € 4,95, vergelijken prijzen (€ 7,05 is meer dan € 6,95) en rekenen uit hoeveel ze terugkrijgen van een briefje tot € 100.
Groep 6Kommagetallen met één en twee cijfers achter de komma: lezen, schrijven, vergelijken en op de getallenlijn zetten. Splitsen in helen, tienden en honderdsten (3,25 = 3 + 0,2 + 0,05). Maten met een komma (2,37 m = 2 m 37 cm; 4,5 km = 4 km 500 m) en de thermometer in tienden van een graad. Een bedrag keer een heel getal: 3 tandenborstels van € 2,25 kosten € 6,75.
Groep 7Drie cijfers achter de komma (6,175 = 6 + 0,1 + 0,07 + 0,005), en waarom 4,3 groter is dan 4,25. Afronden. Optellen en aftrekken met kommagetallen, uit het hoofd (1 − 0,25 = 0,75) en op papier, met de komma's recht onder elkaar. Eenvoudige keer- en deelsommen (4 × 2,25 = 9; 10 : 2,5 = 4). Breuken als kommagetal (⅕ = 0,2). Procenten tot 100%: korting, cirkeldiagrammen, 25% korting op € 80. Werken met de rekenmachine.
Groep 8Alle bewerkingen met kommagetallen, ook keer- en deelsommen zoals 7 meter stof van € 15,75 per meter. Afronden op honderdsten, tienden en helen. Procenten boven de 100%: btw, rente, winst en groei. Het kortingspercentage uitrekenen (van € 150 naar € 105 is 30% korting) en de oude prijs terugvinden (€ 30 na 50% korting was € 60). Veel van dit rekenwerk doen kinderen met de verhoudingstabel.

De belangrijkste ideeën

1. Na de komma loopt de positiewaarde door

Kinderen kennen de positiewaarde al van de hele getallen: elke plaats is tien keer zoveel waard als de plaats rechts ervan. Dat patroon gaat na de eenheden verder, en de komma staat altijd direct achter de eenheden. Verdeel je één heel in 10 gelijke stukken, dan heb je tienden. Een tiende in 10 stukken geeft honderdsten, en een honderdste in 10 stukken geeft duizendsten.

EenhedenTiendenHonderdstenDuizendsten 2375 ,
2,375 is 2 eenheden, 3 tienden, 7 honderdsten en 5 duizendsten: 2 + 0,3 + 0,07 + 0,005.

Hardop zeg je ‘twee komma drie zeven vijf’ of ‘twee komma driehonderdvijfenzeventig’, maar ‘2 helen, 3 tienden, 7 honderdsten en 5 duizendsten’ laat beter horen wat elk cijfer waard is.

Geld is de beste ingang. € 3,45 is 3 hele euro's, 4 tienden van een euro (vier munten van 10 cent) en 5 honderdsten van een euro (een muntje van 5 cent). Meten helpt net zo goed, want ook het metrieke stelsel werkt met stappen van tien: 2,37 m is 2 m 37 cm. Meer daarover bij meten en wegen.

2. Langer is niet groter

Wat is meer: 4,3 of 4,25? Veel kinderen kiezen 4,25, want 25 is toch meer dan 3? Maar 4,3 is 4 helen en 3 tienden, en 4,25 is 4 helen, 2 tienden en 5 honderdsten. Schrijf je 4,3 als 4,30, dan zie je het meteen: 30 honderdsten is meer dan 25 honderdsten. Met geld is het nog duidelijker: € 4,30 is meer dan € 4,25. Om kommagetallen te vergelijken zet je ze onder elkaar, komma onder komma, en vergelijk je cijfer voor cijfer van links naar rechts, net als bij hele getallen.

Afronden gaat op dezelfde manier. Rond je af op een heel getal, dan kijk je naar de tienden: bij 5 of meer rond je naar boven af, bij 4 of minder naar beneden. 4,68 wordt dus 5, en 3,14 wordt 3. Rond je af op één cijfer achter de komma, dan kijk je naar de honderdsten: 4,68 wordt 4,7, en 3,14 wordt 3,1. Zo schat je snel een prijs of een maat.

De tip van Indie

De supermarkt of de markt is de beste plek om kommagetallen te oefenen. Laat je kind de prijzen afronden op hele euro's en het totaal schatten voordat jullie bij de kassa zijn: € 1,89 + € 2,35 + € 0,99 is ongeveer € 2 + € 2 + € 1 = € 5 (precies is het € 5,23). Betaal je contant, dan rondt de winkel het totaal meestal af op 5 cent en betaal je € 5,25: nog een afrondsom. Ook bordjes met ‘25% korting’ zijn mooie gespreksstof.

3. Optellen en aftrekken: komma's recht onder elkaar

Uit het hoofd gaat veel via geld en via aanvullen. Hoeveel is 1 − 0,25? Denk aan een euro min 25 cent: 0,75. En betaal je € 6,35 met een briefje van € 10, dan vul je aan: € 6,35 + € 0,65 = € 7, en daarna € 3 erbij is € 10. Je krijgt dus € 3,65 terug.

Op papier zetten kinderen de getallen onder elkaar, net als bij hele getallen: kolomsgewijs of cijferend, afhankelijk van de rekenmethode (meer daarover bij optellen en aftrekken). Het allerbelangrijkste is dat de komma's recht onder elkaar staan, zodat tienden onder tienden komen en honderdsten onder honderdsten. Een nul aan het eind maakt het overzichtelijker en verandert niets aan de waarde: 12,5 is hetzelfde als 12,50.

1 12,50 3,75+ 16,25
Komma onder komma. 0 + 5 honderdsten is 5 honderdsten. 5 + 7 tienden is 12 tienden: 2 opschrijven, 1 onthouden. Dan de eenheden: 2 + 3 + 1 is 6. De 1 van de tientallen komt eronder: 16,25.

4. Keer en gedeeld door 10, 100 en 1000

Vermenigvuldig je een getal met 10, dan schuift elk cijfer één plaats naar links en wordt het tien keer zoveel waard: 3,6 × 10 = 36. Deel je door 10, dan schuift elk cijfer één plaats naar rechts: 3,6 : 10 = 0,36. Bij 100 schuiven de cijfers twee plaatsen op, bij 1000 drie. Blijft er een plaats leeg, dan komt daar een nul: 4,5 × 100 = 450.

Veel kinderen leren dit als ‘de komma verschuiven’. Dat trucje is prima, zolang ze snappen dat eigenlijk de cijfers een andere waarde krijgen. Bij maten zie je het steeds: 2,5 m = 25 dm = 250 cm.

In groep 8 komen daar echte keer- en deelsommen met kommagetallen bij. Schat eerst: 7 meter stof van € 15,75 per meter is ongeveer 7 × € 16 = € 112. Precies: 7 × € 15 = € 105 en 7 × € 0,75 = € 5,25, samen € 110,25. Klopt de uitkomst met de schatting, dan staat de komma vrijwel zeker op de goede plek.

5. Procent betekent ‘per honderd’

35 van de 100 hokjes zijn gekleurd: dat is 35%, of ³⁵⁄₁₀₀, of 0,35.

Een honderdveld laat het mooi zien: elk hokje is 1%, een rij van tien is 10% en het hele veld is 100%. Omdat een percentage een aantal honderdsten is, schrijf je het vlot om als breuk of als kommagetal: 35% = ³⁵⁄₁₀₀ = 0,35, en 7% = ⁷⁄₁₀₀ = 0,07. In groep 7 komen kinderen procenten tegen op bordjes met korting, bij de batterij van een tablet en in cirkeldiagrammen.

6. Een percentage van een bedrag uitrekenen

Kinderen bouwen percentages op uit een paar die ze snel kunnen vinden:

Daarna combineren ze: 30% van € 60 is drie keer 10%, dus 3 × € 6 = € 18. Op school tekenen ze er vaak een procentenstrook bij: een strook met bovenaan de procenten en onderaan de bedragen. Zo zie je in één oogopslag dat 25% korting op € 80 een korting van € 20 is.

0%25%50%75%100% € 0€ 20€ 40€ 60€ 80 kortingje betaalt € 60
25% korting op € 80: een kwart van de strook is € 20 korting, dus je betaalt € 80 − € 20 = € 60.

Voor lastigere percentages gebruiken kinderen de verhoudingstabel. Een tablet van € 360 krijgt 15% korting. Boven en onder doe je steeds hetzelfde:

Procent100%10%5%15%
Bedrag€ 360€ 36€ 18€ 54

Eerst delen door 10, dan halveren, dan optellen. De korting is € 54, dus de tablet kost nog € 360 − € 54 = € 306.

In groep 8 gaan de procenten ook boven de 100%. Het hele bedrag is 100%; komt er iets bij, dan wordt het meer. Bij 21% btw betaal je 121% van de prijs zonder btw. Zet je € 400 op een spaarrekening met 2% rente per jaar, dan krijg je na een jaar € 8 rente en heb je € 408: dat is 102%. Kinderen leren ook zelf het kortingspercentage uitrekenen. Een jas gaat van € 150 naar € 105. Hoeveel procent korting is dat? De korting is € 45. 10% van € 150 is € 15, en € 45 is 3 × € 15, dus het is 30% korting.

7. Breuken, kommagetallen en procenten zijn dezelfde hoeveelheden

Aan het eind van de basisschool is het fijn als je kind deze vaste paren vlot kent:

BreukKommagetalProcent
½0,550%
¼0,2525%
¾0,7575%
⅕0,220%
⅖0,440%
⅒0,110%
¹⁄₂₀0,055%
¹⁄₂₅0,044%
¹⁄₅₀0,022%
¹⁄₁₀₀0,011%
⅛0,12512,5%

Om een breuk om te zetten in een kommagetal, deel je de teller door de noemer: ⅜ = 3 : 8 = 0,375. En 0,375 is 37,5%.

Veelgemaakte fouten

Spelletjes van vijf minuten voor thuis

De uitdaging van IndieIndie heeft een pot met 2 liter honing. Ze gebruikt 35% ervan om honingkoek te bakken. Hoeveel honing gebruikt ze, en hoeveel blijft er over? Bekijk het antwoord

2 liter is 2000 ml. 10% van 2000 ml is 200 ml, dus 30% is 600 ml. 5% is de helft van 10%: 100 ml. Samen is 35% dus 600 + 100 = 700 ml (0,7 liter). In de pot blijft 2000 − 700 = 1300 ml over. Dat is 1,3 liter, of 65% van de honing.

Gratis werkbladen kommagetallen en procenten

Print ze om thuis of in de klas te oefenen. Op de tweede bladzijde van elk werkblad staan de antwoorden.

Voorbeeld van het werkblad ‘Tienden en honderdsten’Tienden en honderdstenGroep 6, Groep 7 · Breuken als kommagetalDownload pdf
Voorbeeld van het werkblad ‘Procenten berekenen’Procenten berekenenGroep 7, Groep 8 · 10%, 25%, 50% en meerDownload pdf

Snelle antwoorden

Hoe spreek je 0,25 uit?

Meestal ‘nul komma vijfentwintig’. In de klas zeggen kinderen soms ook ‘25 honderdsten’, en dat laat beter zien wat elk cijfer waard is: de 2 staat voor 2 tienden en de 5 voor 5 honderdsten.

Wanneer leren kinderen kommagetallen?

In groep 5 komen ze kommagetallen tegen bij geld, zoals € 4,95. In groep 6 leren ze kommagetallen met één en twee cijfers achter de komma, in groep 7 met drie. Procenten komen in groep 7, procenten boven de 100% in groep 8. Het precieze moment verschilt per rekenmethode.

Hoe reken je 10% van een getal uit?

Deel het getal door 10. 10% van 80 is 8, en 10% van € 4,50 is € 0,45, dus 45 cent. Vanuit 10% vind je veel andere percentages: 20% is het dubbele, 5% de helft.

Kan een percentage meer dan 100% zijn?

Ja. 100% is het hele bedrag, dus 150% is anderhalf keer zoveel: 150% van 20 is 30. Kinderen leren dit in groep 8, bijvoorbeeld bij btw en rente.

Oefenen met Indie

Beequation Kids maakt van rekensommen honingraatpuzzels. Zit je kind even vast, dan geeft Indie de bij een tip. Zonder advertenties en zonder gegevensverzameling.

Verder leren