Leren › Onderwerpen
Van groep 1 tot en met groep 8
Rekenonderwerpen
Alle onderwerpen van het rekenen op de basisschool, uitgelegd voor ouders en verzorgers die thuis meehelpen en voor leerkrachten die ermee aan de slag gaan in de klas. Elke gids laat zien wat kinderen per groep leren en legt de belangrijkste ideeën uit met plaatjes en concrete voorbeelden. Je vindt er ook de fouten die kinderen vaak maken, korte spelletjes voor thuis en gratis werkbladen met antwoorden.
Alle onderwerpen
Hoe de school rekenen indeelt
In een gesprek met de juf of meester, of in uitleg over de referentieniveaus, kom je soms vier woorden tegen: Getallen, Verhoudingen, Meten en meetkunde, en Verbanden. Dat zijn de vier domeinen van de referentieniveaus, de landelijke afspraken over wat kinderen aan het eind van groep 8 moeten beheersen. Zo vallen onze twaalf gidsen daaronder:
- Getallen: tellen en getalbegrip, optellen en aftrekken, de tafels, keer- en deelsommen en hoofdrekenen. Ook rekenen met kommagetallen hoort hierbij.
- Verhoudingen: breuken, procenten (in kommagetallen en procenten) en de verhoudingstabel en schaal uit verhoudingen en patronen. Hier leren kinderen ook hoe breuken, kommagetallen en procenten met elkaar samenhangen: ¼ = 0,25 = 25%.
- Meten en meetkunde: meten en wegen, tijd (klokkijken) en meetkunde en vormen.
- Verbanden: tabellen en grafieken, en de patronen en regelmaat uit verhoudingen en patronen.
Rekenen met geld komt in alle domeinen terug: je telt bedragen op, rekent wisselgeld uit, vergelijkt prijzen per kilo en rekent korting uit. En overal gaat het om meer dan het juiste antwoord. Kinderen leren ook uitleggen hoe ze een som hebben aangepakt, en veel sommen beginnen met een situatie uit het dagelijks leven. Meer over die aanpak lees je in onze gids zo leert je kind rekenen op de basisschool; voor leerkrachten is er de gids over redeneren en probleemoplossen.
De overheid legt in de kerndoelen vast wat elke basisschool moet aanbieden. De referentieniveaus kennen twee niveaus voor eind groep 8: 1F, het fundamentele niveau dat bijna elk kind zou moeten halen, en 1S, het hogere streefniveau dat veel kinderen halen. Hoe een school dat over de groepen verdeelt, bepaalt ze zelf, meestal met een rekenmethode. Onze gidsen volgen de tussendoelen per groep van SLO, het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling. Het precieze moment verschilt per school en per rekenmethode, dus je kind kan een onderwerp best iets eerder of later tegenkomen dan in onze gidsen staat.
Waar begin je? Per groep
Bijna elk onderwerp loopt door de hele basisschool heen, maar in elke groep staan andere onderwerpen centraal. Weet je niet waar je moet beginnen, dan zijn dit goede eerste stappen. Hoofdrekenen oefen je in elke groep, naast al het andere. Scholen spreken ook van onderbouw, middenbouw en bovenbouw, maar waar die grenzen liggen verschilt per school; daarom houden we hier de groepen aan. Per groep alles op een rij? Kijk bij de groepen.
| Groep | Goede onderwerpen om mee te beginnen |
|---|---|
| Groep 1 en 2 de kleuters 4 tot 6 jaar | Tellen en getalbegrip (tellen tot 20, kleine hoeveelheden zien zonder te tellen, zoals de stippen op een dobbelsteen), meetkunde en vormen (voor, achter, naast en tussen; cirkel, driehoek, vierkant en rechthoek; patronen rijgen en naleggen) en meten en wegen (langer en korter, zwaarder en lichter vergelijken). Kleuters leren dit spelenderwijs; er is in groep 1 en 2 geen verplichte toets. |
| Groep 3 en groep 4 6 tot 8 jaar | Optellen en aftrekken (in groep 3 de splitsingen tot en met 10 uit het hoofd, eind groep 4 alle plus- en minsommen tot en met 20 uit het hoofd en sommen tot 100 met rijgen en splitsen), tellen en getalbegrip (tot 100, tientallen en eenheden), de tafels (in groep 4 de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10), klokkijken (hele uren in groep 3, halve uren en kwartieren in groep 4), rekenen met geld en tabellen en grafieken (beelddiagrammen en staafdiagrammen). |
| Groep 5 en groep 6 8 tot 10 jaar | Tafels, keer- en deelsommen (eind groep 5 alle tafels tot en met 10 uit het hoofd, in groep 6 ook de deeltafels), optellen en aftrekken op papier (kolomsgewijs rekenen en cijferen), breuken (een kwart in groep 5; teller en noemer en een breuk van een hoeveelheid in groep 6), kommagetallen (met één en twee cijfers achter de komma in groep 6), meten en wegen (mm, dm en km, liter en milliliter, gram, en oppervlakte) en klokkijken op de minuut. |
| Groep 7 en groep 8 10 tot 12 jaar | Breuken (gelijknamige breuken optellen en aftrekken in groep 7, gelijknamig maken in groep 8), kommagetallen en procenten (drie cijfers achter de komma, procenten en korting), verhoudingen en patronen (de verhoudingstabel en schaal), tabellen en grafieken (lijngrafieken, cirkeldiagrammen en coördinaten) en meten en wegen (oppervlakte en inhoud in m² en m³). In groep 8 maakt je kind in januari of februari de doorstroomtoets. Die geeft een toetsadvies voor de middelbare school, naast het schooladvies van de school zelf. |
Van groep 3 tot en met groep 8 maken kinderen ook de toetsen van het leerlingvolgsysteem, die veel ouders nog ‘de Cito-toetsen’ noemen. Het zijn geen examens waarvoor je zakt of slaagt: ze laten zien hoe je kind zich ontwikkelt. Meer daarover lees je in onze gids over de toetsen op de basisschool.
Loopt je kind vast op een onderwerp, dan helpt het vaak meer om een stapje terug te gaan dan om door te drukken. Moeite met breuken heeft soms te maken met de tafels. En wie vastloopt bij cijferend aftrekken, heeft vaak de positiewaarde nog niet helemaal door: hoeveel eenheden zitten er eigenlijk in een tiental? In elke gids zie je in de tabel per groep wat eraan voorafgaat.
Oefenen met Indie
Beequation Kids maakt van rekensommen honingraatpuzzels. Zit je kind even vast, dan geeft Indie de bij een tip. Zonder advertenties en zonder gegevensverzameling.